‘Voedselhulp via Labour Intensive Public Works ingezet voor structurele ontwikkeling’

Stichting NICC heeft recent een Engelstalig artikel in haar e-collectie opgenomen over het Kobo-Lalibela Road Project (1974-1979) in het voormalige district Lasta, een destijds door ernstige droogte getroffen deel van de provincie Wollo in Ethiopie. Het artikel is geschreven door Dr. Johannis Leeuwenburg, Bart Wesseling, Worku Behonegne en Dr. Mekonnen Lulie, die ruim vier decennia geleden tijdens en direct na een hongersnood betrokken waren bij dit Labour Intensive Public Works (LIPW) project. Zij hebben in 2018 samen het Kobo-Lalibela projectgebied bezocht en raakten er onder de indruk van de kwaliteit van de medio ’70-er jaren via noodhulp en werkverschaffing aangelegde weg, van het gerealiseerde onderhoud aan de weg en de drainage systemen en de sociaaleconomische effecten die ontsluiting van het gebied heeft gehad. In tijden van hongersnood kon voedsel aangevoerd worden, landbouw inputs werden bereikbaar, landbouwproducten konden ook op verder weg gelegen markten worden afgezet, ernstig zieken konden naar regionale hospitalen worden gebracht en een deel van de jeugd kon in stadjes als Dessie of Woldia middelbaar en later ook hoger onderwijs volgen. Daarnaast heeft het wegenbouwproject geleid tot een aantal integrale ontwikkelingsprogramma’s in verschillende delen van het voormalige Lasta district, waarbij LIPW ook werd ingezet voor erosiebestrijding en water conservering o.a. door te terrasseren.

Nu nationale overheden van arme landen en internationale ontwikkelingsorganisaties in het kader van de economische effecten van de corona crisis belangstelling tonen voor werkverschaffing via LIPW, kan dit artikel mogelijk inspiratie bieden.

Dr. Leeuwenburg was destijds als arts werkzaam in vluchtelingenkampen in Lasta via de maatschappelijke organisatie Terre des Hommes. Hij heeft er toen voor gezorgd dat de voedselhulp in de kampen langs de grote weg geleidelijk werd omgevormd tot een werkverschaffingsprogramma op basis van Labour Intensive Public Works. Rurale huishoudens konden zo terugkeren naar hun boerderijtjes om te ploegen, wieden en oogsten, terwijl ze in periodes waarin geen arbeid nodig was op hun boeren bedrijfje deel konden nemen aan wegenbouw activiteiten als het hakken van stenen uit bergwanden om een tracé van een muildierpad te verbreden tot een zes meter brede weg voor vierwiel aangedreven auto’s en trucks, waarbij de stenen onder meer werden gebruikt voor het maken van Irish bridges. Ook het graven van afwateringsgreppels langs de weg werd in eerste instantie volledig met menskracht gedaan. Op die manier konden huishoudens weer enige voedselreserves opbouwen.

De LIPW-aanpak werd praktisch uitgewerkt door de Nederlandse wegenbouwer Bart Wesseling en een andere Nederlandse ingenieur, die in het project werden ingezet via SNV (toen nog Stichting Nederlandse Vrijwilligers, thans Netherlands Development Organisation). Dr Johannis verzorgde het algemeen management van het project samen met een andere Nederlandse arts. Bart en zijn collega SNV-er werden ondersteund door Worku Behonegne en Mekonnen Lulie die o.a. fungeerden als tolken en assistenten. Voor Worku was dit het begin van een lange carrière binnen SNV, waarbij hij opklom tot regionaal SNV-directeur voor Oost en Zuidelijk Afrika. Thans is hij directeur van SNV-Ethiopie en de werknemer die het langst van allemaal in dienst is van SNV. Ook Mekonnen heeft in de jaren negentig weer een tijd voor SNV gewerkt.

In de jaren ‘80 werd de LIPW-benadering ook toegepast in het door SNV gesteunde Golina Hormat ontwikkelingsproject in Wollo, dat niet alleen infrastructuur hielp creëren, maar ook bijdroeg aan conservering van land en water, o.a. via terrassering en herbebossing. Dit project vormde de basis voor een breder SNV-programma in Ethiopie.

Later is de LIPW-aanpak door de Ethiopische overheid met hulp van diverse donoren opgeschaald naar nationaal niveau via het Productive Safety Net Programme (PSNP), waarmee ongeveer 7 miljoen mensen in rurale gebieden worden bereikt, terwijl het tijdens (dreigende) hongersnoden verder opgerekt werd. Aan dit programma werd een bijstandscomponent voor ouderen en gehandicapten gekoppeld en een livelyhood componentdie huishoudens ondersteunt bij productieve invetseringen.

Dit sociale veiligheidsnetsysteem met een LIPW component is vervolgens ook – vaak in aangepaste vorm – in andere Afrikaanse landen uitgewerkt.

Mogelijk kan noodhulp voor door de pandemie getroffen arme huishoudens ook gecombineerd worden met structurele duurzame ontwikkeling.

Dit artikel kan daarbij mogelijk handvatten bieden en Stichting NICC wil mensen die ook in het kader van LIPW werk(t)en uitdagen om hun ervaringen te delen.

Dat kan o.a. via opgave voor de NICC pool van resource persons via de website www.stichtingnicc.nl, maar ook door een verhaal over opgedane kennis en ervaring op te sturen naar info@stichtingnicc.nl.