Over Anouk Nuyens documentair theaterstuk ‘Jan Pronk’

Ik bezocht op 7 januari 2020 in een tot de nok gevuld Theater aan het Spui in Den Haag een theatervoorstelling van Anoek Nuyens (1984), waarin zij zich zorgen maakt over ‘de wereld’ en waarin bij haar zoektocht naar oplossingen, een aantal inzichten van voormalig Minister voor Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk een inspirerende rol spelen. Anoek kreeg na haar optreden van ongeveer een uur een lang applaus. Hierna nam Jan Pronk deel aan een gesprek met ‘de zaal’, die voor een belangrijk deel was gevuld met dertigers.

Anouk Nuyens, is zelf ook een – spontane – dertiger, die stelt dat ze soms ‘in de war is over de wereld’ met de zich opstapelende actuele vraagstukken als klimaatverandering, schrijnende verschillen tussen arm en rijk, toenemende migratiestromen, gewelddadige conflicten, natuur die steeds meer onder druk komt te staan, en betrekkelijk snel veranderende politieke ordeningen en internationale samenwerking. Dit terwijl ze teleurgesteld is over de huidige politieke constellatie en cultuur in Nederland.

Ze is – tegenwoordig ook als jonge moeder – op zoek naar hoop, houvast en richtingaanwijzers ter verbetering van de situatie en komt tot de conclusie dat er geen nieuwe grote verhalen nodig zijn, maar dat ‘het grote verhaal van de sociaaldemocratie’ dat in de 19de eeuw begon met het manifest van Willem Vliegen uit 1894 bij de oprichting van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, in Nederland en Europa urgent een vervolg moet krijgen om zo weer te komen tot een ‘wijzere’ politiek van erkenning van mensenrechten, van verbinding, met oog voor het mondiale geheel en de noodzaak van verduurzaming.

Toen ze voor een eerdere theatervoorstelling, over de Surinaamse politicus Desi Bouterse (Bouta), een gesprek voerde met Jan Pronk die rond 1975 direct betrokken was bij het begin van het dekolonisatieproces van Suriname, raakte ze onder de indruk van Jan Pronk’s ‘zorgvuldig nadenken’, zijn vermogen om op en over verschillende schaalniveaus orde te scheppen in complexe processen. Vervolgens voerde ze zeven jaar vrijwel maandelijks diepgaande gesprekken met hem.

Recent besloot ze om over haar gesprekken met Jan Pronk een documentaire theatervoorstelling te maken. Daarin worden nogal wat zaken ‘in een groter verband geplaatst’ en passeren verschillende aspecten van de sociaaldemocratie de revue, onder meer het belang van kennis en een bruikbaar wereldbeeld in de politiek, de noodzaak van hoop en inzet van politici, en van hun vermogen om zinnige compromissen te sluiten rondom te voeren beleid, terwijl nauwkeurig in de gaten wordt gehouden dat dit beleid bij kan dragen aan de op iets langere termijn te realiseren duurzame toekomstvisie.  

Vanaf het begin van de voorstelling steekt Anouk haar bewondering voor sociaaldemocratische politici niet onder stoelen of banken. Ze noemt politici als Domela Nieuwenhuis, Drees en Den Uyl, die o.a. zorgden voor een (AOW) pensioenstelsel voor alle inwoners van Nederland en andere maatregelen die mensen in Nederland en Europa min of meer gelijke kansen op ontwikkeling bieden, en ze toont zich een bewonderaar van Jan Pronk en zijn samenhangende visies. Ze vindt hem ‘de meest betrokken en belangrijkste politicus, die Nederland ooit heeft gehad,’ die ons land internationaal als gidsland neer wist te zetten vanuit zijn positie als Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, en die door zijn enorme dossierkennis, zijn ‘verhaal’ en zijn uitgebreide netwerk, veel invloed uit heeft geoefend op beleidsontwikkeling processen in heel veel landen. Anouk vertelt dat ze als scholier altijd al keek naar optredens van Jan Pronk, o.a. in de Tweede Kamer, omdat hij haar het gevoel gaf, dat ze zo in verbinding stond met mensen over de hele wereld.

Binnen Nederland heeft Jan Pronk er volgens Anouk als Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), voor gezorgd dat de drinkwatervoorziening in Nederland niet werd geprivatiseerd, iets waarvoor ze grote dankbaarheid uit.

Tegelijkertijd relativeert Anouk ook haar behoefte aan Jan Pronk als idool, in het besef dat haar generatie onder de snel veranderende mondiale omstandigheden voor de uitdaging staat om in de woorden van Jan Pronk ‘een catastrofe uit te stellen, wat hopelijk tot afstel kan leiden’ en dat de generatie(s) na Jan Pronk dus snel de krachten zullen moeten bundelen om schouder aan schouder de gestapelde problemen aan te pakken op basis van internationale solidariteit en andere sociaaldemocratische waarden.

Anouk vertelt dat ze na afloop van haar reflectie gesprekken met Jan Pronk vaak de deur uit ging met het besef dat er dingen in de wereld zijn ‘die niet kloppen’, gekoppeld aan het inzicht ‘dat je daar wat aan kan doen’, op allerlei manieren.

Volgens haar enerzijds door zelf het goede te doen, bijvoorbeeld wat minder vlees te eten, minder te vliegen, vluchtelingen te helpen, e.d. maar ook door petities te tekenen, door lid te worden van een of meer politieke partijen (Anouk is nu lid van drie politieke partijen, waarvan ze partij congressen bezoekt en mee stemt over uit te dragen beleid), want ze heeft volgens haar van Jan Pronk geleerd dat je je goede daden ook politiek moet vertalen, omdat je juist via de politiek en democratische macht veel in beweging kan zetten en kan voorkomen dat het eigen goede gedrag wordt misbruikt door machthebbers om het gebrek aan actie van hogerhand te legitimeren.

Anouk wijst ook op het belang van ‘visionair luisteren’, waarbij je enerzijds probeert om iemand die heel anders denkt dan jijzelf echt te begrijpen en in te voelen wat gebeurtenissen en ontwikkelingen voor die ander betekenen, en anderzijds het maken van selfies en het expliciet etaleren van belevenissen zo veel mogelijk achterwege laat.  

In het nagesprek benadrukte Jan Pronk het belang van ‘soft power’ in en vanuit een democratische setting om onrecht te bestrijden en milieu destructie ‘stapsgewijs’ tegen te gaan. Hij pleitte er ook voor om ‘hoop voor de toekomst’ niet te zien als een neerdwarrelend veertje, maar als ‘iets wat we zelf moeten creëren’. 

Anouk sprak aanvankelijk met Jan Pronk in zijn studeerkamer op het International Institute for Social Studies (ISS) aan de Kortenaerkade in Den Haag en later in zijn huis vlakbij het Vredespaleis, ook in Den Haag. In haar voorstelling vertelt ze ook over dat huis, met de overweldigende hoeveelheid geordend materiaal in periode kamers en een Afrika-kamer: zo’n 70 meter ordners met 22.000 velletjes waarop Jan Pronk tussen 1971 en 2017 aantekeningen maakte van de politieke gesprekken die hij voerde, en ruim 200 meter boeken.   

Geschreven door Janny Poley (bestuurslid stichting NICC)