Nieuwe aanwinst NICC collectie

Ending Global Poverty, four women’s noble conspiracy

Auteur: Constantine Michalopoulos. Oxford University Press. Publicatie: april 2020.

Ending Global Poverty – beëindig armoede overal in de wereld – is de titel van dit boek over de “nobele samenzwering” van vier ministers voor Ontwikkelingssamenwerking aan het begin van deze eeuw. Dat waren de ministers Herfkens (Nederland), Johnson (Noorwegen), Short (Verenigd Koninkrijk) en Wieczorek-Zeul (Duitsland), gezamenlijk aangeduid als de Utstein-groep, vernoemd naar de Utstein abdij in Noorwegen, waar de vier vrouwen besloten voortaan zo veel mogelijk samen op te trekken. Dat ze steun zochten bij elkaar was bijzonder, maar tegelijk ook verklaarbaar: alle vier waren vastbesloten echt iets te gaan doen aan wereldwijde armoedebestrijding en daarvoor zo nodig de confrontatie aan te gaan met de belangen van de gevestigde orde, zowel in internationaal verband (VN en ontwikkelingsbanken) als in hun eigen landen. Twintig jaar later staat het beëindigen van armoede nog steeds boven aan de agenda, maar flinke stappen zijn zeker gezet, die mede zijn toe te schrijven aan het nieuwe elan destijds van de vier Utstein ladies.

In de jaren negentig van de vorige eeuw was er meer aandacht gekomen voor de noodzaak van country ownership bij de uitvoering van programma’s voor ontwikkelingssamenwerking. De Utstein groep maakte dit tot één van de kernthema’s van hun actie agenda. Dit had vérstrekkende implicaties, ook voor de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Zo werd projecthulp vervangen door programmahulp waar het maar enigszins verantwoord was. Implicaties daarvan waren er ook voor overheden in ontwikkelingslanden: veel aandacht voor het op orde krijgen van de publieke financiën, verantwoording afleggen naar het eigen parlement en aandacht voor corruptiebestrijding.

Maar de Utstein groep had ook oog voor noodzaak van hervormingen aan de kant van de “donorlanden”, zoals dat toen werd genoemd. Het versterken van coördinatie tussen donoren (met name op nationaal niveau in ontwikkelingslanden), ontbinding van de hulp, het verhogen van hulpvolumes (de 0,7% BBP target), gendergelijkheid, aansluiting van noodhulp op lange termijn ontwikkelingssamenwerking en schuldverlichting waren belangrijke thema’s. Op al deze gebieden zijn zeker stappen voorwaarts gezet (denk aan de Rome-Parijs-Accra verklaringen over effectiviteit van de hulp), waarbij de inzet van de Utstein groep vaak een verschil heeft gemaakt. Dit geldt zeker ook voor het bereiken van de politieke overeenstemming in VN-verband over de MDGs, later gevolgd door de SDGs. Op een ander kernthema van de Utstein-agenda – beleidscoherentie – zijn de stappen voorwaarts helaas veel minder aansprekend. Het gaat dan om afstemming van het brede buitenlandbeleid van de rijke landen (handel, veiligheid, landbouwbeleid, mensenrechten) met het beleid om ontwikkelingslanden te steunen bij hun sociaal-economische ontwikkeling.

Alles bij elkaar een lezenswaardig boek over deze bijzondere actiegroep, waarbij en passant inzicht wordt gegeven in de internationale ontwikkelingen in de periode van 1990 tot nu. Michalopoulos zwaait hier en daar misschien wel erg veel eer toe aan de Utstein-groep, maar dat zij hem vergeven. Tenslotte is hij de long-time partner in life and work van Eveline Herfkens. In zijn commentaar om het boek aan te bevelen wijst Bert Koenders erop dat de Utstein nalatenschap hoogst relevant is in deze tijden van groeiende ongelijkheid en verzwakt multilateralisme. Het boek is opgedragen aan drie vrouwen van een nieuwe generatie jonge leiders: winnaars van de Nobelprijs van de Vrede (2014) Malala Yousafzai en (2018) Nadia Murad en aan klimaatactiviste Greta Thunberg.

Geschreven door Jaap Rooimans, NICC-bestuurslid.

N.B. 1. Paul Hoebink heeft voor Vice Versa een recensie geschreven over dit boek De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers.

N.B. 2. Ron Keller (zie ook het interview met Ron Keller over de EBRD) schreef een commentaar: De Utstein coalitie voegde de daad bij het woord